Docenten

Om goed onderwijs te verzorgen is het van belang dat scholen over voldoende en kwalitatief sterke leraren beschikken. Om kwalitatieve en kwantitatieve tekorten tegen te gaan, zetten onderwijs en bedrijfsleven zich in om goede leraren en instructeurs op te leiden. Even zo belangrijk is professionalisering. Hieronder valt bijvoorbeeld het (bij)scholen van zittende en aankomende leerkrachten in het primair onderwijs zodat zij competenties verwerven om onderwijs op het gebied van wetenschap & technologie te verzorgen.

Op deze pagina vindt u informatie over zowel de onderwijs- als arbeidsmarktontwikkelingen rondom bètatechnische leraren. Qua onderwijs is te vinden hoeveel studenten instromen en diplomeren in bètatechnische lerarenopleidingen. Diplomeren betekent tevens de uitstroom richting de arbeidsmarkt. Qua arbeidsmarkt is de omvang van het aantal gegeven bètatechnische lesuren en de ontwikkeling hiervan over de jaren te vinden. Daarnaast is krapte in kaart gebracht, middels een analyse van moeilijk vervulbare docentvacatures. Tenslotte worden twee programma’s uitgelicht die bijdragen aan bètatechnische (bij)scholing en opleiding van leraren en docentinstructeurs, de ‘hybride techniekopleider’ en digitale scholing van leraren door VHTO.

Cijfers van instroom en gediplomeerden van lerarenopleidingen zijn afkomstig van Vereniging Hogescholen (VH) en Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). Indeling van bètatechnische lerarenopleidingen is hier te vinden: 

loading...

Aandeel exact/beroepsgericht binnen totale instroom lerarenopleidingen

Het aandeel studenten dat kiest voor een exacte universitaire lerarenopleiding is de afgelopen tien jaar toegenomen. Het aandeel van de exacte vakken binnen de totale instroom bedroeg in 2018/19 32%, een stijging ten opzichte van 2008/09 toen het aandeel nog maar 29% bedroeg. Op het hbo is het aandeel van de exacte eerstegraads lerarenopleidingen tussen 2008/09 en 2018/19 gestegen van 11% naar 13%.

Bij de tweedegraads lerarenopleidingen is het aandeel instromende studenten in de (technisch) beroepsgerichte lerarenopleiding tussen 2008/09 en 2018/19 afgenomen van 5% naar 3%. In dezelfde periode bleef het aandeel van de exacte lerarenopleidingen in de tweede graad gelijk op 16%.

loading...

Aantal instromende studenten lerarenopleidingen exact/beroepsgericht

De instroom bij de exacte universitaire lerarenopleidingen bedroeg in 2017/18 297 studenten.1 Ten opzichte van tien jaar geleden is er een stijging waar te nemen; in 2007/08 stroomden er 243 studenten in. Op het hbo is het aantal studenten aan de exacte eerstegraads lerarenopleidingen het afgelopen jaar toegenomen; ten opzichte van tien jaar geleden is er ook sprake van een lichte stijging: van 2008/09 tot 2018/19 nam het aantal studenten toe van 225 naar 231.2

Bij tweedegraads lerarenopleidingen is de instroom in de (technisch) beroepsgerichte lerarenopleiding afgelopen tien jaar aanzienlijk gedaald: van 356 studenten in 2008/09 naar 195 studenten in 2018/19. Het aantal deelnemers in de exacte lerarenopleidingen in de tweede graad is de afgelopen tien jaar toegenomen (van 1.060 in 2008/09 naar 1.117 in 2018/19).

  • 1. Van 2018/19 is het na-instroom cijfer nog niet bekend. Daardoor kan het totaalcijfer nog niet worden berekend. Wij gebruiken daarom 2017/18 als referentiejaar voor de Monitor Techniekpact. Bij de relatieve instroom kijken wij wel naar het jaar 2018/19, omdat we ervan uitgaan dat de na-inschrijvingen evenredig verdeeld zijn over de verschillende opleidingen. Bij eerstegraads hbo- en tweedegraads lerarenopleidingen is geen sprake van na-instroom en worden zowel absolute als relatieve cijfers van 2018/19 weergegeven.
  • 2. Voor de instroomcijfers op het hbo is een andere definitie gebruikt dan wordt gehanteerd door de Vereniging Hogescholen (VH). Bij deze instroomcijfers wordt gekeken naar alle studenten die voor het eerst instromen bij een hbo-instelling, ongeacht of ze daarvoor al ingeschreven stonden bij een andere hbo-instelling. De VH neemt de studenten die voor het eerst instromen bij een hbo-instelling en daarvoor al ingeschreven stonden bij een andere hbo-instelling niet mee in de instroomcijfers. De instroomcijfers in de Monitor Techniekpact zijn daardoor hoger dan de instroomcijfers van de VH.
loading...

Aandeel exact/beroepsgericht binnen gediplomeerden lerarenopleidingen

Het aandeel studenten dat een diploma heeft behaald bij een exacte universitaire lerarenopleiding is de afgelopen tien jaar toegenomen naar 30% in 2017/18, een stijging ten opzichte van 2008/09 toen het aandeel nog maar 25% bedroeg. Op het hbo is het aandeel van de exacte eerstegraads lerarenopleiding tussen 2007/08 en 2017/18 gelijk gebleven op 10%.

Bij de tweedegraads lerarenopleidingen is het aandeel studenten dat een diploma heeft behaald bij de (technisch) beroepsgerichte lerarenopleiding tussen 2007/08 en 2017/18 afgenomen van 11% naar 5%. In dezelfde periode is het aandeel van de exacte lerarenopleidingen in de tweede graad toegenomen van 13% naar 17%.

loading...

Aantal gediplomeerden lerarenopleidingen exact/beroepsgericht

Het aantal gediplomeerden bij de exacte universitaire lerarenopleidingen bedroeg in 2017/18 247 studenten. Ten opzichte van tien jaar geleden is er een forse stijging waar te nemen; in 2007/08 behaalden 153 studenten hun diploma. Op het hbo is het aantal gediplomeerde studenten van de exacte eerstegraads lerarenopleidingen het afgelopen jaar afgenomen; ten opzichte van tien jaar geleden is er wel sprake van een stijging: van 2007/08 tot 2017/18 nam het aantal gediplomeerde studenten toe van 96 naar 127.

Bij tweedegraads lerarenopleidingen is het aantal gediplomeerden in de (technisch) beroepsgerichte lerarenopleiding afgelopen tien jaar aanzienlijk gedaald: van 378 studenten in 2007/08 naar 194 studenten in 2017/18. Het aantal gediplomeerden in de exacte lerarenopleidingen in de tweede graad is de afgelopen tien jaar toegenomen van 456 in 2007/08 naar 707 in 2017/18.

loading...

AANTAL EN AANDEEL LESUREN EN DOCENTEN BÈTA-, ICT- EN TECHNIEK in het vo

In 2017 werden op vmbo, havo en vwo 339.043 bètatechnische lesuren gegeven door 33.8841 personen. De meest recente cijfers van alle (bètatechnische) vakken en docentenaantallen zijn van peildatum 2017.2 In de grafiek is te zien dat het aantal bètatechnische lesuren is toegenomen van 314.894 in 2007 tot 339.043 in 2017.3 Het aantal niet-bètatechnische lesuren is in die periode licht toegenomen van 837.548 naar 901.106.4 Het aandeel bètatechnische lesuren onder alle gegeven lesuren in het voortgezet onderwijs is tussen 2007 en 2016 stabiel rond 27% gebleven.

Van een selectie van vakken, de algemeen voortgezet onderwijsvakken (AVO-vakken) zijn eveneens cijfers beschikbaar van peildatum 2017.5 In de bètatechnische AVO-vakken zijn in 2017 276.272 lesuren gegeven op vmbo, havo en vwo. Dit is 29% van de gegeven lesuren van de AVO-vakken. Het aandeel bètatechnische lesuren onder de AVO-vakken was vrij stabiel in de periode 2007 tot 2017: het schommelde tussen de 29% en 30%. Het aantal bètatechnische avo-lesuren is wel toegenomen van 262.316 in 2007 tot 276.272 in 2017.

Het aantal lesuren per docent per vak is gemiddeld genomen lager geworden tussen 2007 en 2016. Opvallend is dat dit voor enkele vakken niet geldt, daarbij is het aantal lesuren per docent per vak hoger geworden. Dit geldt voor biologie, natuurkunde, scheikunde, wiskunde en informatica. Nieuwere vakken, vanaf 2008 of later, die een toegenomen aantal lesuren per docent hebben, zijn natuur, leven & technologie (NLT), onderzoek & ontwerpen (O&O), rekenen, vmbo profielvakken media, vormgeving & ICT en vmbo profielvakken mobiliteit & transport.

  • 1. Docentenaantallen zijn gemeten per vak; wanneer een docent zowel wiskunde als natuurkunde geeft, wordt hij twee keer meegeteld. Dit getal bevat dus dubbeltellingen.
  • 2. Bron cijfers: DUO open onderwijsdata. Lesgevend personeel in het vo en Gegeven lesuren in het vo 
  • 3. Bij DUO zijn geen gegevens bekend van de jaartallen 2010 en 2012. Om die reden zijn deze leeg in de grafiek.
  • 4. Onder niet-bètatechnische lesuren vallen talen, culturen, maatschappij, gamma-vakken, lichamelijke opvoeding, loopbaanbegeleiding etc.
  • 5. Bron cijfers: IPTO: bevoegdheden en vakken in het vo. De meegetelde avo-vakken zijn Duits, Engels, Frans, Klassieke talen/KCV, Nederlands; aardrijkskunde, economie, geschiedenis (en staatsinrichting), godsdienst/levensbeschouwing, maatschappijleer; lichamelijke opvoeding (LO); beeldende vorming, muziek, tekenen, biologie, natuurkunde, natuur/scheikunde, scheikunde, techniek en wiskunde. De laatste zes worden gerekend tot de bètatechnische vakken.
loading...

Moeilijk vervulbare vacatures BÈTA-, ICT- EN TECHNIEKDOCENTEN mbo en vo

Bètatechnische leraren worden vaak gevraagd in pedagogische vacatures. Onder de tien meest voorkomende vacatures voor leraren vallen tweedegraads docenten wiskunde, natuurkunde en biologie.1

Naast aantallen vacatures, is gemeten of vacatures moeilijk vervulbaar zijn. In het voortgezet onderwijs (vo) zijn eerste- en tweedegraads docenten natuurkunde, scheikunde en wiskunde moeilijk vervulbaar. Eveneens zijn in het vo en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) vacatures voor technische vakken en ICT moeilijk vervulbaar.2

Uit enquêtedata van de Arbeidsmarktbarometer 2016/17 en 2017/18 kan worden geschat dat 41% van de docentvacatures in het vo en mbo moeilijk vervulbaar is.3 In de grafiek is te zien dat vacatures in technische vakken relatief vaker moeilijk vervulbaar zijn. Wel zijn er verschillen per vak. Voor biologie zijn relatief makkelijker docenten te vinden; 19% van de vacatures is moeilijk vervulbaar. Voor wiskunde/rekenen, techniek/technische vakken, natuur-/scheikundige vakken en ICT zijn relatief lastig docenten te vinden. ICT-docenten zijn het lastigst te vinden; 73% van de vacatures voor ICT-docenten zijn moeilijk vervulbaar. Dit geldt met name voor het vo. Naar schatting 90% van de vacatures op dat niveau zijn moeilijk vervulbaar; tegenover 58% op het mbo. Op het mbo zijn juist docenten voor technische vakken het moeilijkst te vinden; 82% van deze vacatures is moeilijk vervulbaar, tegenover 61% voor het vak techniek/technisch onderwijs op de middelbare school.

HYBRIDE DOCENTEN

Hybride docenten zijn personen die een baan buiten het onderwijs met een baan binnen het onderwijs combineren. De hoofdbaan kan zich zowel binnen als buiten het onderwijs bevinden. In Nederland zijn ongeveer 54.000 hybride docenten.1 Hiervan hebben 34.000 personen een ‘hoofdbaan’ in het onderwijs. De hoofdbaan is de baan waaraan iemand per week de meeste uren besteedt (definitie cbs). Daarvan zijn ongeveer 11.000 leerkrachten met een hoofdbaan in het basisonderwijs, 16.000 docenten met een hoofdbaan in het voortgezet onderwijs/mbo en 7.000 docenten met een hoofdbaan in het hoger onderwijs. Dit betekent dat ongeveer 1 op de 13 basisschoolleraren, ruim 1 op de 8 docenten in het vo en ruim 1 op de 6 docenten in het hoger onderwijs hybride docent is. Voor de overige 20.000 hybride docenten geldt dat zij hun hoofdbaan buiten het onderwijs en een tweede baan in het onderwijs hebben.

  • 1. Bron: Onderzoek 2016/2017: Daar zijn de hybride docenten! De cijfers van dit onderzoek zijn gebaseerd op PoMo: Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (2014); Flitspanel Screening Combinatiebanen (2016); EBB: Enquête Beroepsbevolking (2003-2015); NEA: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (2014-2015); StemPunt-panel Motivaction (2017).

Scholingstraject Hybride Techniekopleiders

Al jaren is er behoefte aan meer praktijkkennis binnen het onderwijs. Daarnaast gaan veel docenten in het (v)mbo de komende jaren met pensioen. Om dit kwantitatieve en kwalitatieve vraagstuk op te lossen, is opleidings- en ontwikkelfonds OTIB in 2016 in de provincies Gelderland en Overijssel een uniek scholingstraject gestart: medewerkers bij technische bedrijven interesseren voor het assistent-docentschap of instructeursfunctie binnen een mbo-instelling. Via een speciaal op maat gemaakt onderwijskundig programma leren zij stap voor stap hoe ze hun kennis en ervaringen aan jongeren overdragen en behalen ze het Pedagogisch Didactisch Diploma. Inmiddels zijn andere technische Opleidings- & Ontwikkelfondsen, zoals OOM en A+O Metalektro, aangehaakt bij het traject. Ook breidt het project zich uit naar nieuwe regio’s1 en sluiten meer partners aan, zoals (lokale) overheden, bouw & infra en de ICT-sector. Sinds de start van het traject hebben 23 technici het traject afgerond. In schooljaar 2018/19 doen in totaal 86 deelnemers mee.

  • 1. In de regio’s Overijssel, Gelderland, Noord-Nederland, Midden Nederland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland is het traject gestart. In Brabant en Limburg vinden respectievelijk de wervingsperiode en voorbereidingen plaats.

VHTO – digitale scholing van leraren

VHTO heeft in het kader van DigiLeerKracht ruim 600 basisschoolleerkrachten (van evenzoveel scholen) geschoold en gezorgd dat deze leerkrachten kundig, didactisch onderbouwd en vol zelfvertrouwen de programmeerlessen op hun school verder konden ontwikkelen. Daarnaast zijn DigiVita-nascholingen voor Informaticadocenten georganiseerd in samenwerking met vier IT-bedrijven. Verder hebben 303 pabo-studenten deelgenomen aan het programma Share my Day in Tech. 25 studenten MBO-Onderwijsassistent hebben meegedaan aan de pilot Assist the Teacher. In beide programma’s werden studenten gekoppeld aan een (vrouwelijke) technische professional en kregen daarmee inzicht in het technisch bedrijfsleven. Op basis daarvan ontwikkelden zij een techniekles voor hun stageschool.