Docenten

Om goed onderwijs te verzorgen is het van belang dat scholen over voldoende en kwalitatief sterke leraren beschikken. Om kwalitatieve en kwantitatieve tekorten tegen te gaan, zetten onderwijs en bedrijfsleven zich in om goede leraren en instructeurs op te leiden. Even zo belangrijk is professionalisering. Hieronder valt bijvoorbeeld het (bij)scholen van zittende en aankomende leerkrachten in het primair onderwijs zodat zij competenties verwerven om onderwijs op het gebied van wetenschap & technologie te verzorgen.

Op deze pagina vindt u informatie over zowel de onderwijs- als arbeidsmarktontwikkelingen rondom bètatechnische leraren. Qua onderwijs is te vinden hoeveel studenten instromen en diplomeren in bètatechnische lerarenopleidingen. Diplomeren betekent tevens de uitstroom richting de arbeidsmarkt.

Qua arbeidsmarkt is de omvang van het aantal gegeven bètatechnische lesuren en de ontwikkeling hiervan over de jaren te vinden. Daarnaast is krapte in kaart gebracht, middels een analyse van moeilijk vervulbare docentvacatures. Ook is er aandacht voor hybride docentschap: welk deel van de hybride docenten geeft les in bètatechniek?

Tenslotte worden twee programma’s uitgelicht die bijdragen aan bètatechnische (bij)scholing en opleiding van leraren en docentinstructeurs, de ‘hybride techniekopleider’ en digitale scholing van leraren door VHTO.

Cijfers van instroom en gediplomeerden van lerarenopleidingen zijn afkomstig van DUO. Ruwe data zijn hier te vinden.

loading...

Aandeel exact/beroepsgericht binnen totale instroom lerarenopleidingen

Het aandeel studenten dat kiest voor een exacte universitaire lerarenopleiding is de afgelopen zes jaar toegenomen. Het aandeel van de exacte vakken binnen de totale instroom bedroeg in 2009/10 30%, daalde vervolgens naar 20% in 2013/14 en steeg daarna naar 33% in 2019/20. Op het hbo is het aandeel van de exacte eerstegraads lerarenopleidingen tussen 2009/10 en 2019/20 gestegen van 11% naar 13%.

Bij de tweedegraads lerarenopleidingen is het aandeel instromende studenten in de (technisch) beroepsgerichte lerarenopleiding tussen 2009/10 en 2019/20 afgenomen van 4% naar 3%. Van 2009/10 tot 2016/17 steeg het aandeel van de exacte lerarenopleidingen in de tweede graad van 15% naar 20%. Daarna daalde dit weer enigszins tot 17% in 2019/20.

Tussen mannen en vrouwen is een verschil waar te nemen in het percentage dat een bètatechnische lerarenopleiding kiest in alle richtingen, behalve bij de eerstegraads hbo lerarenopleidingen. In 2019/20 kiest 42% van de mannen een exacte eerstegraads universitaire lerarenopleiding, tegenover 25% van de vrouwen. Bij tweedegraads exacte lerarenopleidingen kiest 21% van de mannen voor bètatechniek. Bij de vrouwen is dit 13%. Bij tweedegraads beroepsgerichte lerarenopleidingen kiest 6% van de mannen bètatechniek, ten opzichte van 1% van de vrouwen. Alleen op de tweedegraads hbo lerarenopleiding is er nauwelijks verschil tussen vrouwen en mannen; 14% van de vrouwen en 13% van de mannen kiest exact. Daarbij kan worden opgemerkt dat zich op dit niveau de opleiding tot docent lichamelijke opvoeding bevindt, wat meer dan de helft van de studenten van de eerstegraads hbo-lerarenopleidingen omvat (en ruim twee keer zoveel mannen als vrouwen).

loading...

Aantal instromende studenten lerarenopleidingen exact/beroepsgericht

De instroom1 bij de exacte universitaire lerarenopleidingen bedroeg in 2019/20 237 studenten. Ten opzichte van tien jaar geleden is er een lichte daling waar te nemen; in 2009/10 stroomden er 258 studenten in. Op het hbo is het aantal studenten aan de exacte eerstegraads lerarenopleidingen het afgelopen jaar toegenomen; ten opzichte van tien jaar geleden is het min of meer gelijkgebleven, net boven de 240 studenten.

Bij tweedegraads lerarenopleidingen is de instroom in de (technisch) beroepsgerichte lerarenopleiding de afgelopen tien jaar aanzienlijk gedaald: van 368 studenten in 2009/10 naar 196 studenten in 2019/20. Het aantal deelnemers in de exacte lerarenopleidingen in de tweede graad is de afgelopen tien jaar afgenomen van 1.265 in 2009/10 naar 1.135 in 2019/20.

Het aantal mannen dat in 2019/20 instroomt in bètatechnische lerarenopleidingen ligt hoger dan het aantal vrouwen dat instroomt. Bij de tweedegraads exacte lerarenopleidingen gaat het om 590 mannen en 545 vrouwen. Bij tweedegraads beroepsgericht gaat het om 161 mannen en 35 vrouwen. In eerstegraads hbo betreft het 133 mannen en 109 vrouwen. In eerstegraads bètatechnische universitaire lerarenopleidingen stromen 134 mannen en 103 vrouwen in.

  • 1. Wat betreft instroom, wordt bij de lerarencijfers gekeken naar de totale instroom voor lerarenopleidingen. Bij andere figuren over het hoger onderwijs wordt gekeken naar de unieke instroom. Bij unieke instroom gaat het over studenten die voor het eerst instromen in een bachelor/master-opleiding aan het hbo/wo. Er is bij lerarencijfers gekozen voor totale instroom, om zicht te krijgen op alle instroom in lerarenopleidingen, ondanks dat dit bij sommigen gecombineerd wordt met een andere studie.
loading...

Aandeel exact/beroepsgericht binnen gediplomeerden lerarenopleidingen

Het aandeel studenten dat een diploma heeft behaald bij een exacte universitaire lerarenopleiding is de afgelopen tien jaar toegenomen naar 31% in 2018/19, een stijging ten opzichte van 2008/09 toen het aandeel nog 26% bedroeg. Op het hbo is het aandeel van de exacte eerstegraads lerarenopleiding tussen 2008/09 en 2018/19 gestegen van 8% naar 12%.

Bij de tweedegraads lerarenopleidingen is het aandeel studenten dat een diploma heeft behaald bij de (technisch) beroepsgerichte lerarenopleiding tussen 2008/09 en 2018/19 afgenomen van 7% naar 4%. In dezelfde periode is het aandeel van de exacte lerarenopleidingen in de tweede graad juist toegenomen van 15% naar 18%.

Tussen mannen en vrouwen is een verschil waar te nemen in het percentage dat diplomeert in een bètatechnische lerarenopleiding, behalve bij de eerstegraads hbo lerarenopleidingen. In 2018/19 diplomeert 34% van de mannen in een exacte eerstegraads universitaire lerarenopleiding, tegenover 28% van de vrouwen. Bij tweedegraads lerarenopleidingen diplomeert 23% van de mannen in een bètatechnische richting. Bij de vrouwen is dit 15%. Bij tweedegraads beroepsgerichte lerarenopleidingen ontvangt 9% van de mannen een bètatechnisch diploma, ten opzichte van 1% van de vrouwen. Alleen op de tweedegraads hbo lerarenopleiding is er nauwelijks verschil tussen vrouwen en mannen; 13% van de vrouwen en 12% van de mannen studeert exact af. Daarbij kan worden opgemerkt dat zich op dit niveau de opleiding tot docent lichamelijke opvoeding bevindt, wat meer dan de helft van de studenten van de eerstegraads hbo-lerarenopleidingen omvat (en ruim twee keer zoveel mannen als vrouwen).

loading...

Aantal gediplomeerden lerarenopleidingen exact/beroepsgericht

Het aantal gediplomeerden bij de exacte universitaire lerarenopleidingen bedroeg in 2018/19 234 studenten. Ten opzichte van tien jaar geleden is er een forse stijging waar te nemen; in 2008/09 behaalden 164 studenten hun diploma. Op het hbo is het aantal gediplomeerde studenten van de exacte eerstegraads lerarenopleidingen de afgelopen tien jaar eveneens toegenomen: van 2008/09 tot 2018/19 nam het aantal gediplomeerde studenten toe van 84 naar 149.

Bij tweedegraads lerarenopleidingen is het aantal gediplomeerden in de (technisch) beroepsgerichte lerarenopleiding afgelopen tien jaar aanzienlijk gedaald: van 232 studenten in 2008/09 naar 137 studenten in 2018/19. Het aantal gediplomeerden in de exacte lerarenopleidingen in de tweede graad is de afgelopen tien jaar toegenomen van 499 in 2008/09 naar 693 in 2018/19.

Het aantal mannen dat in 2018/19 diplomeert in bètatechnische lerarenopleidingen is hoger dan het aantal vrouwen dat diplomeert, behalve in de tweedegraads exacte opleidingen. Bij de tweedegraads exacte lerarenopleidingen gaat het om 312 mannen en 381 vrouwen. Bij tweedegraads beroepsgericht gaat het om 116 mannen en 21 vrouwen. In eerstegraads hbo betreft het 81 mannen en 68 vrouwen. In eerstegraads bètatechnische universitaire lerarenopleidingen diplomeren 121 mannen en 113 vrouwen.

loading...

AANTAL EN AANDEEL LESUREN EN DOCENTEN BÈTA-, ICT- EN TECHNIEK in het vo

In 2018 werden op vmbo, havo en vwo 324.011 bètatechnische lesuren gegeven door 31.3791 personen. De meest recente cijfers van alle (bètatechnische) vakken en docentenaantallen zijn van peildatum 2018.2 In de grafiek is te zien dat het aantal bètatechnische lesuren schommelt rond 325.000.3 Het aantal niet-bètatechnische lesuren is in die periode licht toegenomen van 837.548 naar 901.106.4 Het aandeel bètatechnische lesuren onder alle gegeven lesuren in het voortgezet onderwijs is tussen 2007 en 2016 stabiel rond 27% gebleven. Het aantal niet-bètatechnische lesuren ligt sinds 2015 rond de 900.000.5

Van een selectie van vakken, de algemeen voortgezet onderwijsvakken (AVO-vakken) zijn eveneens cijfers beschikbaar van peildatum 2018.6 In de bètatechnische AVO-vakken zijn in 2017 271.970 lesuren gegeven op vmbo, havo en vwo. Dit is 29% van de gegeven lesuren van de AVO-vakken. Het aandeel bètatechnische lesuren onder de AVO-vakken was vrij stabiel in de periode 2007 tot 2018: het schommelde tussen de 29% en 30%. 

  • 1. Docentenaantallen zijn gemeten per vak; wanneer een docent zowel wiskunde als natuurkunde geeft, wordt hij twee keer meegeteld. Dit getal bevat dus dubbeltellingen.
  • 2. Bron cijfers: DUO open onderwijsdata. Lesgevend personeel in het vo en Gegeven lesuren in het vo 
  • 3. Bij DUO zijn geen gegevens bekend van de jaartallen 2010 en 2012. Om die reden zijn deze leeg in de grafiek.
  • 4. Onder niet-bètatechnische lesuren vallen talen, culturen, maatschappij, gamma-vakken, lichamelijke opvoeding, loopbaanbegeleiding etc.
  • 5. Onder niet-bètatechnische lesuren vallen talen, culturen, maatschappij, gamma-vakken, lichamelijke opvoeding, loopbaanbegeleiding etc.
  • 6. Bron cijfers: IPTO: bevoegdheden en vakken in het vo. De meegetelde avo-vakken zijn Duits, Engels, Frans, Klassieke talen/KCV, Nederlands; aardrijkskunde, economie, geschiedenis (en staatsinrichting), godsdienst/levensbeschouwing, maatschappijleer; lichamelijke opvoeding (LO); beeldende vorming, muziek, tekenen, biologie, natuurkunde, natuur/scheikunde, scheikunde, techniek en wiskunde. De laatste zes worden gerekend tot de bètatechnische vakken.
loading...

Moeilijk vervulbare vacatures BÈTA-, ICT- EN TECHNIEKDOCENTEN mbo en vo

Bètatechnische leraren worden vaak gevraagd in pedagogische vacatures. Onder de tien meest voorkomende vacatures voor leraren vallen tweedegraads docenten wiskunde, natuurkunde en biologie.1

Naast aantallen vacatures, is gemeten of vacatures moeilijk vervulbaar zijn. Het UWV heeft vastgesteld dat het lastig is docenten te vinden voor natuurkunde, scheikunde, wiskunde, ICT en technische vakken.2

Uit enquêtedata van de Arbeidsmarktbarometer 2018/19 kan worden geschat dat 43% van de docentvacatures in het vo en mbo moeilijk vervulbaar is.3 In de grafiek is te zien dat vacatures in technische vakken relatief vaker moeilijk vervulbaar zijn. Wel zijn er verschillen per vak. Voor biologie zijn relatief makkelijker docenten te vinden; 31% van de vacatures is moeilijk vervulbaar. Voor wiskunde/rekenen, techniek/technische vakken, natuur-/scheikundige vakken en ICT zijn relatief lastig docenten te vinden. ICT-docenten zijn het lastigst te vinden; 75% van de vacatures voor ICT-docenten zijn moeilijk vervulbaar. 

HYBRIDE DOCENTEN

Hybride docenten zijn personen die een baan buiten het onderwijs met een baan binnen het onderwijs combineren. De hoofdbaan kan zich zowel binnen als buiten het onderwijs bevinden. In Nederland zijn ongeveer 54.000 hybride docenten.1 Hiervan hebben 34.000 personen een ‘hoofdbaan’ in het onderwijs. De hoofdbaan is de baan waaraan iemand per week de meeste uren besteedt (definitie cbs). Daarvan zijn ongeveer 11.000 leerkrachten met een hoofdbaan in het basisonderwijs, 16.000 docenten met een hoofdbaan in het voortgezet onderwijs/mbo en 7.000 docenten met een hoofdbaan in het hoger onderwijs. Dit betekent dat ongeveer 1 op de 13 basisschoolleraren, ruim 1 op de 8 docenten in het vo en ruim 1 op de 6 docenten in het hoger onderwijs hybride docent is. Voor de overige 20.000 hybride docenten geldt dat zij hun hoofdbaan buiten het onderwijs en een tweede baan in het onderwijs hebben.

  • 1. Bron: Onderzoek 2016/2017: Daar zijn de hybride docenten! De cijfers van dit onderzoek zijn gebaseerd op PoMo: Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (2014); Flitspanel Screening Combinatiebanen (2016); EBB: Enquête Beroepsbevolking (2003-2015); NEA: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (2014-2015); StemPunt-panel Motivaction (2017).

Scholingstraject Hybride Techniekopleiders

Al jaren is er behoefte aan meer praktijkkennis binnen het onderwijs. Daarnaast gaan veel docenten in het (v)mbo de komende jaren met pensioen. Om dit kwantitatieve en kwalitatieve vraagstuk op te lossen, is opleidings- en ontwikkelfonds OTIB in 2016 in de provincies Gelderland en Overijssel een uniek scholingstraject gestart: medewerkers bij technische bedrijven interesseren voor het assistent-docentschap of instructeursfunctie binnen een (v)mbo-instelling. Via een speciaal op maat gemaakt onderwijskundig programma leren zij stap voor stap hoe ze hun kennis en ervaringen aan jongeren overdragen en behalen ze het Pedagogisch Didactisch Diploma. Inmiddels zijn andere technische Opleidings- & Ontwikkelfondsen, zoals OOM en A+O Metalektro, aangehaakt bij het traject. Inmiddels is er sprake van een landelijke dekking1, zijn er 8 opleidingslocaties én sluiten meer partners aan, zoals (lokale) overheden, bouw & infra en de ICT-sector. Sinds de start van het traject hebben 90 technici het traject afgerond. In schooljaar 2019/20 doen in totaal 102 deelnemers mee. De ambitie is om voor de scholingstrajecten 2020/21 nog eens rond de 150 technici op te leiden. Meer informatie is te vinden op de websites van de O&O-fondsen OTIB, OOM en A+O Metalektro.

 
  • 1. Gelderland-Overijssel, Noord-Nederland, Midden Nederland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Brabant en Limburg.

VHTO – digitale scholing van leraren

VHTO heeft in het kader van DigiLeerKracht ruim 1.028 basisschoolleerkrachten (van evenzoveel scholen) geschoold en gezorgd dat deze leerkrachten kundig, didactisch onderbouwd en vol zelfvertrouwen de programmeerlessen op hun school verder konden ontwikkelen.