Hoger onderwijs

Er is een toenemende instroom van studenten in het technisch hoger onderwijs. Tegelijkertijd is er nog steeds sprake van een tekort aan technici op de arbeidsmarkt. Het is dan ook van groot belang om de juiste student op de juiste plek te krijgen en te behouden. Daarom werken hogescholen, universiteiten en overheden nauw samen met het technische bedrijfsleven. De focus ligt onder meer op het verduurzamen van publiek-private samenwerkingen, zoals de Centres of expertise.

Cijfers van onderstaande grafieken zijn afkomstig van DUO. Vanuit de commissie-Sminia zijn op basis van deskundigenoordelen opleidingen in het hoger onderwijs ingedeeld in clusters. Daarbij worden twee clusters meegeteld als bètatechnisch: de opleidingen die behoren tot de CROHO-sectoren Natuur en Techniek en opleidingen buiten de CROHO-sectoren Natuur en Techniek met meer dan 50% bètatechniek. Jaarlijks updaten Platform Talent voor Technologie en DUO deze indeling met nieuwe opleidingen. De gebruikte indeling is van januari 2019. 

loading...

AANDEEL INSTROMENDE STUDENTEN BÈTATECHNIEK IN HET HOGER ONDERWIJS

Het aandeel bètatechnische studenten binnen het totaal aantal studenten in het hoger onderwijs is de afgelopen tien jaar bijna continu gestegen: van 22% (2008/09) naar 29% (2018/19). Op het hbo ligt het aandeel studenten dat kiest voor bètatechniek met 24% nog wel een stuk lager dan op het wo (35%).

Het aandeel vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs -ten opzichte van het totaal aantal vrouwen dat een opleiding start in het hoger onderwijs- is tussen 2008/09 tot 2018/19 bijna verdubbeld (van 10% naar 18%). Op de universiteit ligt het percentage vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding inmiddels op 27%, op het hbo gaat het in 2018/19 om 12% van de vrouwen. Dit is een verdubbeling in de afgelopen tien jaar, ten opzichte van 6% van de vrouwen die in 2008/09 op hbo een bètatechnische studie koos.

loading...

AANTAL INSTROMENDE STUDENTEN BÈTATECHNIEK IN HET HOGER ONDERWIJS

Het aantal studenten dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs is de afgelopen tien jaar gestegen van 30.935 in 2008/09 naar 49.762 in 2018/19. De bètatechnische instroom op de universiteit is bijna verdubbeld, van 13.196 studenten in 2008/09 naar 24.786 in 2018/19. Op het hbo was er in 2015/16 sprake van een lichte daling in de instroom, maar de laatste drie jaar is de stijging weer doorgezet. In de afgelopen tien jaar steeg het aantal instromende studenten op het bètatechnische hbo van 17.739 naar 24.976.

Het aantal vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs is in de periode 2008/09 tot 2018/19 ruim verdubbeld van 7.708 naar 16.928.

loading...

AANDEEL BÈTATECHNIEK BINNEN GEDIPLOMEERDEN HOGER ONDERWIJS

Het aandeel bètatechnisch gediplomeerden binnen het totaal van gediplomeerden in het hoger onderwijs is de afgelopen tien jaar licht gestegen (21% in 2007/08 t.o.v. 25% in 2017/18). Op het hbo bleef dit aandeel de afgelopen tien jaar nagenoeg gelijk (van 19% naar 20%). Het universitaire bètatechnische aandeel nam toe zowel op bachelorniveau (van 25% naar 33%) als op masterniveau (van 23% naar 27%).

Het aandeel vrouwen met een bètatechnisch diploma ten opzichte van alle vrouwen met een diploma in het hoger onderwijs nam tussen 2007/08 en 2017/18 toe van 10% naar 16%. Vooral bij de universitaire bacheloropleidingen steeg het aandeel vrouwen met een bètatechnisch diploma fors, van 15% in 2007/08 naar 25% in 2017/18.

loading...

AANTAL GEDIPLOMEERDEN BÈTATECHNIEK HOGER ONDERWIJS

Het aantal gediplomeerden bètatechniek is in 2017/18 voor het vijfde jaar op rij toegenomen, tot 26.594. De grootste stijging komt uit het wo, waar het aantal gediplomeerden de afgelopen tien jaar toenam van 6.677 (2007/08) naar 11.961 (2017/18). Op het hbo is het aantal gediplomeerden in dezelfde periode tevens toegenomen (van 11.797 naar 14.633).

Het aantal vrouwen met een bètatechnisch diploma in het hoger onderwijs is toegenomen van 4.089 in 2007/08 naar 8.565 in 2017/18.

Numerus fixus

Een aantal technische opleidingen heeft de afgelopen jaren een numerus fixus ingesteld. Algemene redenen voor numerus fixus op opleidingen zijn te weinig capaciteit qua ruimtes en moeite met het aantrekken van kwalitatief goed personeel in combinatie met een te snelle studentengroei waardoor de kwaliteit van het onderwijs niet meer gewaarborgd kan blijven.1 In enkele gevallen speelt daarnaast een beperkte vraag van de arbeidsmarkt naar specifieke disciplines een rol bij de keuze voor welke opleidingen beschikbare capaciteit wordt ingezet. Gezien de forse vraag naar hoger opgeleide technici is het van belang dat het aantal technische opleidingen met een numerus fixus wordt beperkt en dat de capaciteit waar mogelijk wordt verhoogd.

In studiejaar 2018/19 zijn er in het hbo 9 bètatechnische studies met een numerus fixus (7 unieke opleidingen). Deze studies hebben eveneens in 2019/20 een numerus fixus. De capaciteit bij een studie wordt wel met tien plaatsen vergroot. Bij een andere studie wordt vanwege een beperkte vraag in de arbeidsmarkt, de capaciteit met tien plaatsen verkleind. In 2019/20 zal er een nieuwe bètatechnische hbo-studie een maximum aantal aanmeldingen hanteren, wat maakt dat er dan in totaal 10 bètatechnische hbo-opleidingen een numerus fixus hebben.

Aan de universiteit zijn er in 2018/19 23 bètatechnische studies met numerus fixus (19 unieke opleidingen). 7 van deze opleidingen verhogen de studentencapaciteit in 2019/20. 1 studie schaft de studentenstop af. Wel komen er 5 opleidingen bij, waardoor er in 2019/20 27 bètatechnische studies (19 unieke opleidingen) een numerus fixus hebben.

  • 1. Bron: contact met ministerie van OCW, Universiteit Utrecht, TU Delft, TU Eindhoven en HAS Hogeschool

Publiek-private samenwerking in het hbo

De afgelopen jaren zijn in het hoger beroepsonderwijs (hbo) verschillende Centres of Expertise ontwikkeld met financiële ondersteuning van de Rijksoverheid. Middels deze Centres wordt concreet vormgegeven aan een intensieve publiek-private samenwerking (PPS). In 2011 startte een pilot met 3 Centres of expertise. In 2013 gingen 17 nieuwe Centres van start vanuit de prestatieafspraken in het hoger onderwijs en in 2013 en 2014 kwamen hier 5 Centres in de groene sector bij. Daarnaast zijn in de achterliggende periode ook tal van PPS’en op eigen initiatief ontstaan. In totaal zijn zo’n 491 Centres of Expertise bekend en actief. In het sectorakkoord hoger beroepsonderwijs 2018 hebben de Minister van OCW en de hogescholen afgesproken dat de (door)ontwikkeling van bestaande en nieuwe Centres of expertise de komende jaren verder gestimuleerd wordt uit de middelen die de hogescholen krijgen voor profilering (€47 miljoen per jaar).

Eind 2017 is door PBT in samenwerking met Katapult een impactmeting uitgevoerd, waaruit bleek dat alle PPS’en tezamen (in mbo en hbo) op dat moment zo’n 10.000 partners (publiek, privaat, direct en via brancheorganisaties) telden, waarvan zo’n 6.000 direct betrokken bedrijven. De totale financiering van PPS’en bestond voor 45% uit directe investeringen van de werkveldpartners. 19% komt van vertegenwoordigers zoals brancheorganisaties. 19% van onderwijs- en kennisinstellingen. 17% van landelijke en regionale overheden.

In 2019 wordt een nieuwe impactmeting uitgevoerd. De resultaten ervan zullen in het najaar van 2019 beschikbaar komen.

  • 1. Op het moment van verschijnen van deze monitor is een Commissie Centres of Expertise en Zwaartepuntvorming in opdracht van de Vereniging Hogescholen bezig met een analyse van de (door)ontwikkeling van bestaande en nieuwe Centres of Expertise. De uitkomsten hiervan worden in juni verwacht. Het aantal CoE’s kan daardoor mogelijk wijzigen. De monitor zal op basis van deze uitkomsten worden bijgesteld.

Regionale VO-HO-netwerken

Verspreid over Nederland werken 11 universiteiten, 21 hogescholen, ruim 300 havo/vwo-scholen, het bedrijfsleven, maatschappelijke instellingen en de eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen samen in tien regionale VO-HO netwerken. Sinds 2004 slaan ze een brug tussen landelijk beleid en de regionale uitvoering daarvan. De netwerken staan voor kwalitatief goed onderwijs, willen aansluiting, doorstroming en studiesucces bevorderen en uitval verminderen.  Studiesucces in het hoger onderwijs begint in het voortgezet onderwijs. Het voortgezet en hoger onderwijs hebben dan ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor kwalitatief goed onderwijs en een gezamenlijk belang om op de onderwijsinhoud samen te werken. Dit doen zij door het organiseren van activiteiten voor zowel leerlingen als docenten, waarin de volgende thema’s centraal staan:

  • doorlopende vak- en curriculumontwikkeling in het voortgezet onderwijs;
  • verbetering van de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs;
  • doorlopende professionele ontwikkeling van docenten in voortgezet en
    hoger onderwijs, technische onderwijsassistenten en schoolleiders.

    De focus van de activiteiten ligt op bèta en techniek, met een geleidelijke verbreding naar de andere vakgebieden (alfa en gamma). In 2017/2018 hebben ongeveer 35.500 leerlingen en 3.800 docenten aan de activiteiten deelgenomen.

Beeldvorming en imago

Platform Talent voor Technologie1 ondersteunt instellingen beroepsonderwijs (mbo en hbo) met kennis over Beeldvorming, Techniek en Jongeren om zo het imago van techniek bij jongeren in het voortgezet onderwijs te verbeteren. In 2018 zijn 32 ROC’s/vakinstellingen en 11 hbo’s bereikt, 24 presentaties gegeven, 904 mensen hebben kennisproducten gedownload en 840 mensen volgden de online updates voor het beroepsonderwijs.

  • 1. De genoemde activiteiten zijn in 2018 uitgevoerd onder de naam TechniekTalent.nu. Per 2019 is Techniektalent.nu gefuseerd met PBT en TecWijzer tot Platform Talent voor Technologie.