Hoger onderwijs

Er is een toenemende instroom van studenten in het technisch hoger onderwijs. Tegelijkertijd is er nog steeds sprake van een tekort aan technici op de arbeidsmarkt. Het is dan ook van groot belang om de juiste student op de juiste plek te krijgen en te behouden. Daarom werken hogescholen, universiteiten en overheden nauw samen met het technische bedrijfsleven. De focus ligt onder meer op het verduurzamen van publiek-private samenwerkingen, zoals de Centres of expertise.

Cijfers van onderstaande grafieken zijn afkomstig van DUO. Vanuit de commissie-Sminia zijn op basis van deskundigenoordelen opleidingen in het hoger onderwijs ingedeeld in clusters. Daarbij worden twee clusters meegeteld als bètatechnisch: de opleidingen die behoren tot de CROHO-sectoren Natuur en Techniek en opleidingen buiten de CROHO-sectoren Natuur en Techniek met meer dan 50% bètatechniek. Jaarlijks updaten Platform Talent voor Technologie en DUO deze indeling met nieuwe opleidingen. De gebruikte indeling is van januari 2021.

loading...

AANDEEL INSTROMENDE STUDENTEN BÈTATECHNIEK IN HET HOGER ONDERWIJS

Het aandeel bètatechnische studenten binnen het totaal aantal studenten in het hoger onderwijs is tussen 2010/11 en 2015/16 gestegen van 23% tot 29%. Sindsdien is het aandeel redelijk stabiel gebleven. De laatste twee jaren (tot en met 2020/21) is het percentage licht afgenomen tot 27%. Op het hbo ligt het aandeel studenten dat kiest voor bètatechniek met 23% nog wel een stuk lager dan op het wo (34%).

Het aandeel vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs -ten opzichte van het totaal aantal vrouwen dat een opleiding start in het hoger onderwijs - is tussen 2010/11 en 2016/17 flink toegenomen van 12% naar 18%. Daarna bleef het percentage gelijk, maar het laatste jaar (2020/21) is het aandeel met een procentpunt gedaald tot 17%. Bij de mannen is eenzelfde trend zichtbaar. Op de universiteit ligt het percentage vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding op 26% (mannen: 43%), op het hbo gaat het in 2020/21 om 11% van de vrouwen (mannen: 36%).

loading...

AANTAL INSTROMENDE STUDENTEN BÈTATECHNIEK IN HET HOGER ONDERWIJS

Het aantal studenten dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs is de afgelopen tien jaar gestegen van 34.323 in 2010/11 naar 53.111 in 2020/21. Ten opzichte van een jaar geleden (2019/2020) is er sprake van een toename van meer dan 3.000 studenten. In alle ho-opleidingen is er sprake van een toename van studenten onder meer vanwege de coronacrisis. Er zijn door het wegvallen van de centrale examens meer middelbare scholieren geslaagd en voor veel eerstejaarsstudenten was een tussenjaar geen optie door reisbeperkingen als gevolg van het coronavirus.

De bètatechnische instroom op de universiteit is zeer sterk gestegen, van 15.155 studenten in 2010/11 naar 26.879 in 2020/21. In de afgelopen tien jaar steeg het aantal instromende studenten op het bètatechnische hbo van 19.168 naar 26.232.

Het aantal vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs is in de periode 2010/11 tot 2020/21 bijna verdubbeld van 9.529 naar 18.792 (mannen: 24.794 naar 34.319).

loading...

AANDEEL BÈTATECHNIEK BINNEN GEDIPLOMEERDEN HOGER ONDERWIJS

Het aandeel bètatechnisch gediplomeerden binnen het totaal van gediplomeerden in het hoger onderwijs is de afgelopen tien jaar gestegen (27% in 2019/20 t.o.v. 21% in 2009/10). Op alle opleidingsniveaus nam het aandeel toe. Bij hbo bachelors/ad steeg het aandeel van 19% naar 21%. Het universitaire bètatechnische aandeel nam op bachelorniveau toe van 24% naar 34% en op masterniveau van 22% naar 28%. Het laatste jaar is er op alle niveaus sprake van een stabilisatie van het percentage.

Het aandeel vrouwen met een bètatechnisch diploma ten opzichte van alle vrouwen met een diploma in het hoger onderwijs nam tussen 2009/10 en 2019/20 toe van 10% naar 17% (mannen: 35% naar 39%). Vooral bij de universitaire bacheloropleidingen steeg het aandeel vrouwen met een bètatechnisch diploma fors, van 16% in 2009/10 naar 27% in 2019/20 (mannen: 35% naar 44%).

loading...

AANTAL GEDIPLOMEERDEN BÈTATECHNIEK HOGER ONDERWIJS

Het aantal gediplomeerden bètatechniek is in 2019/20 voor het zevende jaar op rij toegenomen, tot 28.302. De grootste stijging komt uit het wo, waar het aantal mastergediplomeerden de afgelopen tien jaar toenam van 7.087 (2009/10) naar 13.018 (2019/20). Op het hbo is het aantal bachelor/ad-gediplomeerden in dezelfde periode tevens toegenomen (van 11.861 naar 15.284).

Het aantal vrouwen met een bètatechnisch diploma in het hoger onderwijs is toegenomen van 4.459 in 2009/10 naar 9.162 in 2019/20 (mannen: 14.489 naar 19.176).

Numerus fixus

Ontwikkeling van numerus fixus-studies is van belang voor de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Aan de ene kant kan numerus fixus bijdragen aan een gewenste balans; aan de andere kant kan numerus fixus in bepaalde gevallen belemmeren dat er voldoende geschoolden beschikbaar komen voor een specifieke tak van de arbeidsmarkt. In zowel hbo als wo neemt het aantal beschikbare bètatechnische opleidingsplaatsen iets toe in studiejaar 2021/22 ten opzichte van 2020/21. Dit heeft te maken met het afschaffen van numerus fixus op enkele studies.

In studiejaar 2021/22 zijn er in het hbo 8 bètatechnische studies met een numerus fixus (6 unieke opleidingscodes). In 2021/22 schaffen twee studies een numerus fixus af ten opzichte van 2020/21 en er komt een deeltijdopleiding met numerus fixus bij. In 2020/21 hadden 9 bètatechnische studies een numerus fixus (8 unieke opleidingscodes).

Aan de universiteit zijn er in 2021/22 21 bètatechnische studies met numerus fixus (16 unieke opleidingscodes). In 2020/21 hadden 22 bètatechnische studies (15 unieke opleidingscodes) een numerus fixus. Dit komt dat er drie opleidingen numerus fixus afschaffen en twee nieuwe opleidingen met numerus fixus bijkomen.

Publiek-private samenwerking in het hbo

In het hoger beroepsonderwijs (hbo) is het netwerk van Centres of Expertise verder versterkt in 2020. Op de eerste plaats door een toenemend aantal Centres of Expertise – in 2020 waren er zo’n 39 Centres of Expertise binnen Katapult bekend en actief, nu zijn er zo’n 57 Centres of Expertise, waarvan 12 in oprichting. Hogescholen kiezen er in toenemende mate voor om hun inhoudelijke zwaartepunten vorm te geven in Centres of Expertise - als intensieve publiek-private samenwerking (PPS) rondom onderwijs, onderzoek en innovatie. 

Op de tweede plaats investeren Centres of Expertise samen met Katapult in de eigen kwaliteitszorg. Een groep van Centre-directeuren heeft hiervoor een peer review model ontwikkeld: een leren-van-elkaar model dat helpt de ontwikkeling van Centres scherp te houden en de kwaliteit van activiteiten te bewaken. Het peer review model sluit aan bij het Verenigingskader Centres of Expertise van 25 augustus 2020 opgesteld door de Vereniging van Hogescholen. Inmiddels zijn 8 peer reviews bij Centres of Expertise uitgevoerd (en heeft ook navolging gekregen in het mbo, waar in korte tijd zo’n 12 peer reviews zijn uitgevoerd).

Een andere ontwikkeling betreft de start van Digitale Werkplaatsen voor mkb. Deze werkplaatsen zijn door het Ministerie van Economische Zaken & Klimaat geïnitieerde publiek-private samenwerkingen waar ondernemers terecht kunnen om door studenten uit het mbo, maar ook uit het hbo of wo, docenten en experts geholpen te worden met digitalisering van hun werkprocessen en/of portfolio. Eind 2019 is dit gestart met 6 pilots. In korte tijd zijn de pilots uitgegroeid naar 16 werkplaatsen, verspreid over heel Nederland, waarbij 17 hogescholen zijn aangesloten.

Een laatste noemenswaardige ontwikkeling betreft de groeiende rol van het beroepsonderwijs (mbo én hbo) in de 45 Smart Industry Fieldlabs, door toevoeging van skillsontwikkeling als integraal onderdeel van elk Fieldlab. Een flink aantal mbo- en hbo-instellingen (en universiteiten) hebben hun opleidingsaanbod aangepast en nieuwe opleidingen opgezet. In dezelfde sector zijn dit jaar ook vanuit het A&O fonds Metalektro zogenaamde Technohubs gestart, om ervoor te zorgen dat medewerkers de laatste technologische innovaties ‘in de vingers krijgen’.

In 2019 is door PTvT in samenwerking met Katapult een impactmeting uitgevoerd, waaruit bleek dat bij alle PPS’en tezamen (in mbo en hbo) op dat moment zo’n 84.000 studenten, 5.000 docenten en 9.800 bedrijven waren betrokken. Op dit moment wordt een nieuwe impactmeting uitgevoerd. De resultaten zullen in het najaar worden gepresenteerd.

Regionale VO-HO-netwerken

De regionale VO-HO netwerken zetten zich in voor een goede aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs, professionalisering van docenten en curriculumvernieuwing in het voortgezet onderwijs. Verspreid over Nederland werken 11 universiteiten, 19 hogescholen, 382 havo/vwo-scholen en circa 150 bedrijven en andere organisaties samen in regionale netwerken. De grootste technologieschoolreis van Nederland, de jaarlijkse Hannover Messe Challenge kon vanwege de coronapandemie niet doorgaan, maar de netwerken waren online actief. De scholen in het voortgezet onderwijs werden ondersteund via allerlei (digitale) masterclasses en nascholingen. In 2020 werd er gewerkt aan een online Junior Consultancy Training waarin leerlingen in opdracht van een bedrijf een product of ontwerp opleveren. Tijdens de Career Day in Wageningen ontdekten leerlingen en docenten welke mogelijkheden een N&T/ N&G profiel biedt in de wereld van de (groene) technologie.