Middelbaar beroepsonderwijs

Er is een grote vraag naar vakbekwame technici. Het technisch bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en overheden werken daarom samen om te zorgen voor onderwijs dat aansluit op de vraag van het bedrijfsleven, zodat studenten sneller inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Het ontwikkelen van een regionale toekomstvisie op onderwijsinhoud en -aanbod is een gezamenlijke uitdaging. De publiek-private samenwerkingsverbanden (o.a. via het Regionaal investeringsfonds mbo) zijn hiervoor belangrijke instrumenten.

Cijfers van onderstaande grafieken zijn afkomstig van DUO. SBB heeft per opleiding bepaald of deze bètatechnisch is. Deze indeling wordt jaarlijks geüpdatet. De gebruikte indeling is van januari 2021. Deze indeling is toegepast over de gehele periode tot 2020/21; de cijfers zijn dus met terugwerkende kracht berekend. In de draaitabellen kunt u zelf aan de slag met DUO-cijfers.

loading...

AANDEEL INSTROMENDE MBO-STUDENTEN BÈTATECHNIEK PER NIVEAU

Het aandeel studenten in bètatechnische richting binnen de instroom in het mbo is in 2020/21 hetzelfde als het jaar ervoor, 28%. Ten opzichte van tien jaar geleden (2010/11) is het aandeel iets hoger; toen was het 27%.

Er zijn verschillen in trends tussen de niveaus. Op niveau 1 is het aandeel afgelopen jaar gelijk gebleven op 27%. Tien jaar geleden was het aandeel 31% en heeft daarna gefluctueerd. Op niveau 2 is het aandeel 32% in 2020/21 en daarmee 1 procentpunt lager dan in het voorgaande jaar. Het aandeel bedroeg zowel in 2010/11 als in 2020/21 32%. Gedurende deze tien jaar heeft het aandeel licht geschommeld tussen 32% en 35%, maar is dus gelijk geëindigd als tien jaar ervoor. Op niveau 3 is in 2020/21 het aandeel hetzelfde als het jaar ervoor (32%). In de periode 2012/13 tot 2019/20 steeg het aandeel sterk van 18% naar 32%. Op niveau 4 is het aandeel studenten dat koos voor een technische opleiding afgelopen jaar gedaald van 25% naar 24%. Over de laatste tien jaar gaat het om een lichte daling van 26% naar 24%. In de periode van 2012/13 tot 2015/16 was er sprake van een stijging (26% naar 29%). Vanaf 2015/16 is het percentage elk jaar met een procentpunt gedaald.

Het aandeel vrouwen dat kiest voor bètatechniek ten opzichte van het totaal aantal vrouwen dat een mbo-opleiding start, is 8% en daarmee hetzelfde als de afgelopen twee jaar (2018/19 en 2019/20). Dit is wel iets hoger dan tien jaar geleden; toen was het aandeel 7% (2010/11).

Het percentage vrouwen dat kiest voor een bètatechnische mbo-opleiding ten opzichte van het voorgaande jaar is op de meeste niveaus gelijkgebleven: op niveau 2 is dit 5%, op niveau 3 5% en op niveau 4 10%. Op niveau 1 heeft afgelopen jaar een lichte daling plaatsgevonden van 10% naar 9%. Ten opzichte van tien jaar geleden is de keuze voor bètatechniek op niveau 2 licht gestegen van 4% naar 5%. Een stijging geldt ook voor mbo niveau 3 (van 2% naar 5%). Op mbo niveau 4 is het aandeel gelijk gebleven in de afgelopen tien jaar (10%). Op niveau 1 is er echter sprake van een daling, van 20% naar 9%.

loading...

AANTAL INSTROMENDE MBO-STUDENTEN BETATECHNIEK PER NIVEAU

Het aantal instromende mbo-studenten in bètatechnische richting is afgelopen jaar gedaald van 42.019 in 2019/20 naar 39.738 in 2020/21. Dit is eveneens een afname ten opzichte van tien jaar geleden. In 2010/11 startten 45.230 studenten een bètatechnische mbo-opleiding. In tussentijd vond er een flinke daling plaats van 2010/11 tot 2014/15 naar 37.817 studenten. Dit valt samen met een afname in het totaal aantal leerlingen dat startte met een mbo-studie. Vervolgens nam het aantal toe tot 42.854 in 2018/19. Sindsdien is het aantal instromende mbo-studenten in bètatechnische richting licht gedaald.

Ook hier geldt dat de instroomaantallen verschillen tussen de niveaus. De instroom op niveau 3 en 4 is in de afgelopen tien jaar gestegen, terwijl de instroom op niveau 1 en 2 is gedaald. De instroom bij de bètatechnische mbo-opleidingen op niveau 1 is afgenomen van 5.477 studenten in 2010/11 tot 2.909 studenten in 2020/21. Dit komt door een combinatie van daling van totaal aantal studenten dat instroomt op niveau 1 en een kleiner aandeel dat kiest dat kiest voor bètatechniek. Tussen 2010/11 en 2020/21 nam de bètatechnische instroom op niveau 2 af van 17.130 studenten naar 9.705 studenten. Op niveau 2 is het aantal instromende bètatechniekstudenten de laatste vijf jaar ongeveer gelijk gebleven.

Het aantal niveau 3 en niveau 4 mbo-studenten in bètatechnische richtingen is de afgelopen tien jaar gestegen. De laatste vier jaren daarvan laten echter niet zozeer een stijging, maar meer een stabilisering zien en in het laatste jaar zelfs een daling. Het aantal studenten op niveau 3 nam toe van 6.951 in 2010/11 naar 8.355 in 2020/21. Deze stijging in absolute aantallen is te verklaren vanuit een toename in het aandeel leerlingen dat koos voor bètatechnisch mbo; de totale instroom in mbo niveau 3 is namelijk met bijna eenderde gedaald in de afgelopen tien jaar. In dezelfde periode nam het aantal studenten op niveau 4 toe van 15.672 naar 18.769. Op niveau 4 is het omgekeerde het geval: de stijging van de totale instroom op niveau 4 verklaart de stijging in absolute aantallen; het aandeel dat kiest voor bètatechniek is juist iets gedaald.

Het aantal vrouwen dat kiest voor een bètatechnische mbo-studie is in de periode 2010/11 (5.565) tot 2020/21 (5.664) vrijwel gelijk gebleven. Er was een stijging in instroom in bètatechnische opleidingen op niveau 3 en 4. In tien jaar tijd steeg het aantal op niveau 3 van 480 naar 566 en op niveau 4 van 3.078 naar 4.152. Op niveau 1 en 2 daalde het aantal daarentegen. In 2010/11 startten 1.237 vrouwelijke studenten een bètatechnische studie op niveau 1 en in 2020/21 zijn dat er nog 406. In dezelfde periode is de instroom op bètatechnisch niveau 2 gedaald van 770 naar 540 vrouwelijke studenten.

loading...

AANTAL INSTROMENDE MBO-STUDENTEN BÈTATECHNIEK PER LEERWEG

De instroom van bètatechniekstudenten in de Beroepsopleidende leerweg (BOL) is de afgelopen tien jaar gestegen (van 24.883 in 2010/11 naar 27.280 studenten in 2020/21), terwijl de instroom in de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) juist is gedaald (van 19.735 in 2010/11 naar 12.458 studenten in 2020/21). Deze ontwikkelingen hangen samen met de economische crisis en het herstel daarvan na 2014. Vanaf 2014/15 is het aantal instromende bètatechniekstudenten in de BBL gestegen van 9.552 tot 13.705 in 2019/20. In het afgelopen jaar (2020/21) is de instroom wel licht gedaald naar 12.458 studenten. In de BOL was er afgelopen jaar eveneens een lichte daling van 28.314 naar 27.280 studenten.

loading...

AANDEEL GEDIPLOMEERDEN BÈTATECHNIEK BINNEN TOTAAL GEDIPLOMEERDEN MBO

Binnen het mbo is het aandeel bètatechnische diploma’s laatste jaren ongeveer gelijk gebleven. In 2019/20 is het aandeel met 28% wel een procentpunt lager dan in 2018/19. In de afgelopen tien jaar is er tussen 2009/10 en 2013/14 een daling zichtbaar van 30% naar 26% in aandeel bètatechniek onder mbo-gediplomeerden. Vanaf 2014/15 is het aandeel gediplomeerden echter weer gestegen tot rond de 28%.

Op niveau 1 schommelde het aandeel bètatechnische diploma’s de afgelopen tien jaar enorm tussen 18% en 32%. In 2019/20 is het percentage 31%. Op niveau 2 is het aandeel bètatechnisch gediplomeerden gedaald van 36% in 2009/10 naar 29% in 2017/18. In de laatste twee jaren (2018/19 en 2019/20) is het aandeel hetzelfde als in 2017/18 (29%).

Op niveau 3 is het aandeel bètatechnisch gediplomeerden de afgelopen tien jaar gestegen van 30% naar 34%. Op niveau 4 was er de afgelopen tien jaar sprake van een lichte stijging (van 23% naar 25%). In 2019/20 is ten opzichte van het jaar ervoor een kleine afname zichtbaar van 26% naar 25%.

Het aandeel vrouwen dat een bètatechnisch mbo-diploma behaalt ten opzichte van alle vrouwen die een mbo-diploma behalen is in de periode van 2009/10 tot 2019/20 gestegen van 5% naar 8%. De stijging geldt voor zowel mbo-niveau 2,3 als 4. Op niveau 1 is er sprake van een daling.

Wat betreft de meest recente ontwikkelingen: het aandeel bètatechnische gediplomeerde vrouwen is in 2019/20 gelijk aan het jaar ervoor op niveau 2, 3 en 4. Op niveau 1 is er sprake van een lichte daling van 13% naar 12%.

loading...

AANTAL GEDIPLOMEERDEN BÈTATECHNIEK IN HET MBO

Het aantal mbo-gediplomeerden bètatechniek is de laatste vier jaar redelijk constant rond de 44.000. In de periode van 2009/10 tot 2015/16 daalde het aantal (51.145 tot 41.636) Vervolgens is dit licht toegenomen tot 44.006 in 2019/20. Het laatste jaar is er sprake van een lichte daling (44.803 in 2018/19).

De afname ten opzichte van tien jaar geleden komt door de sterke daling op niveau 2: het aantal diploma's daalde van 18.995 naar 9.782 tussen 2009/10 en 2019/20. Het aantal studenten dat een bètatechnisch diploma op niveau 1 haalde, daalde licht van 5.201 studenten in 2009/10 naar 4.091 in 2019/20. Een vergelijkbare daling is waar te nemen op niveau 3; daar daalde het aantal studenten dat een bètatechnisch diploma haalde van 13.324 in 2009/10 naar 12.546 in 2019/20. Op niveau 4 was sprake van een sterke stijging (van 13.625 diploma's in 2009/10 naar 17.587 in 2019/20).

Het aantal vrouwen dat een bètatechnisch mbo-diploma behaalde is in de periode van 2009/10 tot 2019/20 fors toegenomen van 4.038 naar 5.853. Deze stijging geldt voor mbo-niveau 3 en 4. Met name bij mbo niveau 4 is de stijging sterk, van 1.880 diploma’s in 2009/10 naar 3.683 diploma’s in 2019/20. Op niveau 1 en 2 is er sprake van een daling. Op niveau 1 daalde het van 995 diploma’s in 2009/10 naar 684 diploma’s in 2019/20 en bij niveau 2 daalde het in dezelfde periode van 659 naar 622 diploma’s.

Publiek-private samenwerking in het mbo

In februari 2020 telde het Katapult netwerk  - het netwerk van, voor een door publiek-private samenwerkingsverbanden in het beroepsonderwijs – zo’n 250 PPS’en in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Sindsdien is het netwerk verder gegroeid. Bijv. onder impuls van het Regionaal investeringsfonds mbo (RIF) 2019 – 2022: tussen 2020 en begin 2021 zijn 32 nieuwe samenwerkingsinitiatieven gestart, met een totale investering (publiek en privaat) van zo’n 88 miljoen euro, bedoeld voor de ontwikkeling van nieuwe onderwijsinhouden en -vormen, begeleidingsmodellen, faciliteiten of scholing van professionals in onderwijs en beroepspraktijk.

Het betreft niet alleen geheel nieuwe initiatieven, maar ook een opschaling van bestaande pps’en: van 6 van de 32 initiatieven investeert in het vergroten van de impact van die samenwerking door verdieping en verbreding van het bestaande netwerk, portfolio en doelgroepen. Waar in eerste instantie vooral PPS’en ontstonden met een sterk techniekprofiel (in techniekgeoriënteerde sectoren), daar is dat nu veel diverser. Van de 32 jongste initiatieven zijn er 11 gericht op techniek en/of ict, 14 initiatieven richten zich op crossover van andere domeinen en techniek (bijv. in het kader van de energietransitie), 7 initiatieven richten zich op andere domeinen (bijv. zorg of hospitality).

Een andere ontwikkeling betreft de start van Digitale Werkplaatsen voor mkb. Deze werkplaatsen zijn door het Ministerie van Economische Zaken & Klimaat geïnitieerde publiek-private samenwerkingen waar ondernemers terecht kunnen om door studenten uit het mbo, maar ook uit het hbo of wo, docenten en experts geholpen te worden met digitalisering van hun werkprocessen en/of portfolio. Eind 2019 is dit begonnen met 6 pilots. In korte tijd zijn de pilots uitgegroeid naar 16 werkplaatsen, verspreid over heel Nederland, waarbij 27 mbo-instellingen zijn aangesloten.

Een andere noemenswaardige ontwikkeling betreft de groeiende rol van het beroepsonderwijs (mbo én hbo) in de 45 Smart Industry Fieldlabs, door toevoeging van skillsontwikkeling als integraal onderdeel van elk Fieldlab. Een flink aantal mbo- en hbo-instellingen (en universiteiten) hebben hun opleidingsaanbod aangepast en nieuwe opleidingen opgezet. In dezelfde sector zijn dit jaar ook vanuit het A&O fonds Metalektro zogenaamde Technohubs gestart, om ervoor te zorgen dat medewerkers de laatste technologische innovaties ‘in de vingers krijgen’.

In 2019 is de Europese Commissie gestart met de ‘Centres of Vocational Excellence’ (CoVE), een pilot-initiatief gericht op het beroepsonderwijs. De CoVE’s zijn netwerken van publiek-private samenwerkingen in het beroepsonderwijs in specifieke sectoren. Het CoVE-model is deels gebaseerd op de Nederlandse Centra voor Innovatief Vakmanschap. De CoVE’s zullen in het nieuwe Erasmus+ programma worden opgenomen met een totaalbudget van 400 miljoen euro. In de eerste pilotrondes werden 11 pilots goedgekeurd, waaronder die van CIV Water (Friesland College) en de Groene Hotspot (Wellant College).

In 2019 is door PTvT in samenwerking met Katapult een impactmeting uitgevoerd, waaruit bleek dat bij alle PPS’en tezamen (in mbo en hbo) op dat moment zo’n 84.000 studenten, 5.000 docenten en 9.800 bedrijven waren betrokken. Op dit moment wordt een nieuwe impactmeting uitgevoerd. De resultaten zullen in het najaar worden gepresenteerd.

Actieplan 'Meer meisjes in mbo techniek'

In 2016 hebben 6 mbo-scholen het initiatief genomen om de diversiteit in mbo techniek- en ICT-opleidingen te bevorderen. In 2020 staat er een netwerk van 24 mbo-scholen, waar kennis en inzichten ontwikkeld en gedeeld worden. Iedere school maakt een eigen plan van aanpak en gaat daarmee aan de slag. Het plan van aanpak is de praktische vertaling van het diversiteitsadvies dat VHTO voor iedere school opstelt op basis van een zogeheten genderscan (0-meting).

Onderwijsteams krijgen support van VHTO in de vorm van gendertrainingen en lesmodules. De studentes krijgen support in de vorm van mentoring circles en netwerkbijeenkomsten. De kansengelijkheid in techniek en ICT kan met name vergroot worden door in de werving en het onderwijs in te spelen op de specifieke verschillen tussen jongens en meiden ten aanzien van techniek en ICT. Dit proces is niet in een paar jaar gerealiseerd. De financiële ondersteuning van het Ministerie van OCW is daarom gecontinueerd tot 2022. Daarmee kunnen mbo-scholen tot die tijd gebruik maken van de ondersteuning van VHTO.

VHTO heeft in samenwerking met Microsoft en de mbo-scholen in regio Noord-Holland Design (Y)our Future ontwikkeld om vmbo-meiden kennis te laten maken met een toekomst in IT. In 2020 hebben 258 meiden deelgenomen aan deze challenge en meer geleerd over Artificial Intelligence, Big Data, Cloudcomputing, Internet of Things, Cybersecurity, Robotica en toepassingen van IT in andere sectoren.

Leerbedrijven en stages

In het Techniekpact is opgenomen dat het bedrijfsleven iedere bètatechnische mbo-student een stage of leerbaan wil kunnen bieden. Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (s-bb) stelt ieder jaar per opleiding de kansen vast die mbo-studenten hebben op het vinden van een stage of leerbaan in de arbeidsmarktregio waar zij wonen.

Het totaal aantal leerbedrijven in de bètatechnische mbo-domeinen1 in januari 2021 is 88.547. Dit is iets minder dan de 90.889 leerbedrijven in 2020. Van de 88.547 leerbedrijven heeft 62% in de afgelopen twee jaar minimaal één mbo-student gehad voor een stageplaats of leerbaan. In totaal werden er in schooljaar 2019/2020 110.064 stages en leerbanen gestart, verdeeld over de acht bètatechnische mbo-domeinen.2 Dit is een afname ten opzichte van schooljaar 2018/2019 met 115.635 gestarte stages en leerbanen.

Er zijn volop kansen voor een stageplaats of leerbaan in de techniek. Voorbeelden zijn service- en onderhoudsmonteur, operator, elektricien, loodgieter, autoschadehersteller, timmerman, metselaar en schilder. De kans op stage en leerbaan is per opleiding en arbeidsmarktregio te vinden op www.kiesmbo.nl

  • 1. Het gaat om de domeinen “Afbouw, hout en onderhoud”, “Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek”, “Bouw en infra”, “Informatie en communicatietechnologie”, “Media en vormgeving”, “Mobiliteit en voertuigen”, “Techniek en procesindustrie”, “Transport, scheepvaart en logistiek”.
  • 2. Bron: Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (s-bb).