Middelbaar beroepsonderwijs

Er is een grote vraag naar vakbekwame technici. Het technisch bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en overheden werken daarom samen om te zorgen voor onderwijs dat aansluit op de vraag van het bedrijfsleven, zodat studenten sneller inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Het ontwikkelen van een regionale toekomstvisie op onderwijsinhoud en -aanbod is een gezamenlijke uitdaging. De publiek-private samenwerkingsverbanden (o.a. via het Regionaal investeringsfonds mbo) zijn hiervoor belangrijke instrumenten.

Cijfers van onderstaande grafieken zijn afkomstig van DUO. SBB heeft per opleiding bepaald of deze bètatechnisch is. Deze indeling wordt jaarlijks geüpdatet. De gebruikte indeling is van januari 2020. Deze indeling is toegepast over de gehele periode tot 2019/20; de cijfers zijn dus met terugwerkende kracht berekend. In de draaitabellen kunt u zelf aan de slag met DUO-cijfers.

loading...

AANDEEL INSTROMENDE MBO-STUDENTEN BÈTATECHNIEK PER NIVEAU

Het aandeel studenten in bètatechnische richting binnen de instroom in het mbo ligt in 2019/20 net als in 2009/10 op 28%. Dit is een kleine daling ten opzichte van het voorafgaande jaar, toen was het 29% (jaar 2018/19). Er zijn verschillen te zien in trends tussen de niveaus. Op niveau 1 is in de periode 2009/10 tot 2019/20 een daling te zien van 35% naar 28%. Dit heeft te maken met een daling van 35% in 2009/10 naar 17% in 2013/14. Vervolgens steeg het aandeel tot 28% in 2017/18 en dit is sindsdien gelijk gebleven. Op niveau 2 bedroeg het aandeel zowel in 2009/10 als in 2019/20 33%. Gedurende deze tien jaar heeft het aandeel licht geschommeld tussen 32% en 35%, maar is dus gelijk geëindigd als tien jaar ervoor. Op niveau 4 is het aandeel studenten dat koos voor een technische opleiding gestegen tussen 2012/13 (26%) en 2015/16 (29%). Sindsdien is het aandeel gedaald tot 25% in 2019/20. Op niveau 3 steeg het aandeel sterk, namelijk van 18% in 2009/10 naar 32% in 2019/20. Deze stijging is gestart in 2012/13 en heeft zich sindsdien voortgezet.

Het aandeel vrouwen dat kiest voor bètatechniek ten opzichte van het totaal aantal vrouwen dat een mbo-opleiding start, is in de afgelopen tien jaar licht toegenomen: van 7% in 2009/10 naar 8% in 2019/20. Het percentage van 8% is hetzelfde als het voorgaande jaar, 2018/19. Het percentage vrouwen dat kiest voor een bètatechnische mbo-opleiding op niveau 2 is de afgelopen 10 jaar licht gestegen van 4% naar 5%. Dit geldt ook voor mbo niveau 3 (van 2% naar 5%) en mbo niveau 4 (van 9% naar 10%). Op niveau 1 is er echter sprake van een daling, van 18% naar 10%. Ten opzichte van het voorgaande jaar is het percentage op niveau 1 (10%) en niveau 2 (5%) gelijk gebleven. Op niveau 3 heeft een lichte stijging plaatsgevonden van 4% naar 5% en op niveau 4 een lichte daling van 11% naar 10%.

loading...

AANTAL INSTROMENDE MBO-STUDENTEN BETATECHNIEK PER NIVEAU

Het aantal instromende mbo-studenten in bètatechnische richting is afgenomen van 46.246 in 2009/10 naar 37.817 in 2014/15. Vervolgens is dit toegenomen tot 42.225 in 2019/20. Dit valt samen met een afname in het totaal aantal leerlingen dat startte met een mbo-studie tot 2014/15 en een stijging vanaf 2014/15.

Ook hier geldt dat de instroomaantallen verschillen tussen de niveaus. De instroom op niveau 3 en 4 is in de afgelopen 10 jaar gestegen, terwijl de instroom op niveau 1 en 2 is gedaald. Dit is in lijn met het dalende aandeel dat kiest voor bètatechniek op niveau 1 en niveau 2. De instroom bij de bètatechnische mbo-opleidingen op niveau 1 is afgenomen van 6.053 studenten in 2009/10 tot 3.493 studenten in 2019/20. Opvallend is dat de instroom op niveau 1 de laatste vijf jaar wel weer in een stijgende lijn zit. Tussen 2009/10 en 2019/20 nam de bètatechnische instroom op niveau 2 af van 17.492 studenten naar 10.151 studenten. Op niveau 2 is het aantal instromende bètatechniekstudenten de laatste vier jaar wel ongeveer gelijk gebleven.

Het aantal niveau 3 en niveau 4 mbo-studenten in bètatechnische richtingen is de afgelopen tien jaar gestegen. De laatste vier jaren daarvan laten echter niet zozeer een stijging, maar meer een stabilisering zien. Het aantal studenten op niveau 3 nam toe van 6.928 in 2009/10 naar 8.994 in 2019/20. In dezelfde periode nam het aantal studenten op niveau 4 toe van 15.773 naar 19.587.

Het aantal vrouwen dat kiest voor een bètatechnische mbo-studie is in de periode 2009/10 tot 2019/20 toegenomen van 5.285 naar 6.023. Dit heeft te maken met een hogere instroom in bètatechnische opleidingen op niveau 3 en 4. In tien jaar tijd steeg het aantal op niveau 3 van 517 naar 600 en op niveau 4 van 2.957 naar 4.251. Op niveau 1 en 2 daalde het aantal daarentegen. In 2009/10 startten 1.057 vrouwelijke studenten een bètatechnische studie op niveau 1 en in 2019/20 zijn dat er nog 518. In dezelfde periode is de instroom op bètatechnisch niveau 2 gedaald van 736 naar 654 vrouwelijke studenten.

loading...

AANTAL INSTROMENDE MBO-STUDENTEN BÈTATECHNIEK PER LEERWEG

De instroom bètatechniek studenten in Beroepsopleidende leerweg (BOL) is de afgelopen 10 jaar gestegen (van 25.135 in 2009/10 naar 28.370 studenten in 2019/20), terwijl de instroom in de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) juist is gedaald (van 20.542 in 2009/10 naar 13.855 studenten in 2019/20). De laatste vijf jaren is wel een stijgende lijn zichtbaar in de instroom in de BBL. Deze ontwikkelingen hangen samen met de economische crisis en het herstel daarvan na 2014. Vanaf 2014/15 is het aantal instromende bètatechniek studenten in de BBL gestegen van 9.552 tot 13.855 in 2019/20.

loading...

AANDEEL GEDIPLOMEERDEN BÈTATECHNIEK BINNEN TOTAAL GEDIPLOMEERDEN MBO

Binnen het mbo is het aandeel bètatechnische diploma’s tussen 2008/09 en 2013/14 gedaald van 30% naar 26% ten opzichte van het totaal aantal behaalde mbo-diploma’s. Vanaf 2014/15 is het aandeel gediplomeerden echter weer gestegen tot 29% in 2018/19. Op niveau 1 schommelde het aandeel bètatechnische diploma’s de afgelopen tien jaar enorm tussen 18% en 33%. In 2017/18 en 2018/19 is het percentage 32%. Op niveau 2 is het aandeel bètatechnisch gediplomeerden gedaald van 37% in 2008/09 naar 29% in 2017/18. In 2018/19 is het aandeel hetzelfde als 2017/18 (29%). Op niveau 3 is het aandeel bètatechnisch gediplomeerden de afgelopen tien jaar gestegen van 30% naar 34%. Tussen 2017/18 en 2018/19 is het aandeel toegenomen van 31% naar 34%. Op niveau 4 was er de afgelopen tien jaar sprake van een lichte stijging (van 24% naar 26%). In 2018/19 is ten opzichte van het jaar ervoor een kleine toename zichtbaar van 25% naar 26%.

Het aandeel vrouwen dat een bètatechnisch mbo-diploma behaalt ten opzichte van alle vrouwen die een mbo-diploma behalen is in de periode van 2008/09 tot 2018/19 gestegen van 5% naar 7%. De stijging geldt voor zowel mbo-niveau 1,3 als 4. Op niveau 2 is het aandeel in 2018/19 hetzelfde als in 2008/09. Wat betreft de meest recente ontwikkelingen: het aandeel bètatechnische gediplomeerde vrouwen is in 2018/19 gelijk aan het jaar ervoor op niveau 1, 2 en 4. Op niveau 3 is er sprake van een lichte stijging van 4% naar 5%.

loading...

AANTAL GEDIPLOMEERDEN BÈTATECHNIEK IN HET MBO

Het aantal mbo-gediplomeerden bètatechniek is gedaald van 2009/10 tot 2015/16 (51.145 tot 41.636) Vervolgens is dit toegenomen tot 44.781 in 2018/19.

De afname komt door de sterke daling op niveau 2: het aantal diploma's daalde van 18.720 naar 9.888 tussen 2008/09 en 2018/19. Het aantal studenten dat een bètatechnisch diploma op niveau 1 haalde, steeg licht van 3.584 studenten in 2008/09 naar 3.911 in 2018/19. Een vergelijkbare stijging is waar te nemen op niveau 3; daar steeg het aantal studenten dat een bètatechnisch diploma haalde van 12.180 in 2008/09 naar 13.212 in 2018/19. Op niveau 4 was sprake van een sterke stijging (van 13.507 diploma's in 2008/09 naar 17.770 in 2018/19).

Het aantal vrouwen dat een bètatechnisch mbo-diploma behaalde is in de periode van 2008/09 tot 2018/19 fors toegenomen van 3.661 naar 5.519. Deze stijging geldt voor zowel mbo-niveau 1, 3 als 4. Met name bij mbo niveau 4 is de stijging sterk, van 1.848 diploma’s in 2008/09 naar 3.522 diploma’s in 2018/19. Op niveau 2 is er sprake van een lichte daling (van 756 diploma’s in 2008/09 naar 538 diploma’s in 2018/19).

Publiek-private samenwerking in het mbo

Sinds de start van de eerste vier Centra voor innovatief vakmanschap in 2011, is het aantal via Rijksoverheid gefinancierde programma’s ontwikkelde publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) in het middelbaar beroepsonderwijs uitgegroeid tot 154 in 2020 (stand februari 2020). Deze groei is in het bijzonder aangejaagd vanuit het Regionaal investeringsfonds (RIF) mbo. Ook in de komende jaren wordt PPS-ontwikkeling in het mbo gestimuleerd. Hiervoor is via het RIF voor de periode 2019-2022 in totaal €100 miljoen beschikbaar gesteld. Door expliciet aandacht te hebben voor ‘opschalen’, wordt via het RIF gestimuleerd om de impact van PPS’en te vergroten door verbreding en verdieping van het netwerk en het aanbod. Daarnaast is er speciale aandacht voor het vergroten van het innovatief vermogen van het mkb, gebruikmakend van PPS. In de meest ruime zin gemeten, telt het Katapultnetwerk zo’n 250 PPS’en in het mbo.

In 2019 is door PTvT in samenwerking met Katapult een impactmeting uitgevoerd, waaruit bleek dat alle PPS’en tezamen (in mbo en hbo) op dat moment zo’n 84.000 studenten bereiken en 5.000 docenten. Er zijn 9.800 bedrijven betrokken in de PPS'en, een flinke groei ten opzichte van de 6.200 bedrijven in 2017.

Toptechniek in bedrijf

Het programma Toptechniek in bedrijf zet zich ervoor in dat meer jongeren op het vmbo voor bètatechniek kiezen en aansluitend succesvol doorstromen naar een bètatechnische mbo-opleiding. In 2012 is het programma gestart met 17 regio’s en is sindsdien uitgebreid naar 28 regio’s. Binnen de regio’s werken onderwijs (vmbo en mbo), bedrijfsleven en overheid samen aan doorlopende leerlijnen, onderwijsvernieuwing, professionalisering van docenten, macrodoelmatigheid en loopbaanoriëntatie en -begeleiding. Binnen de Toptechniek in bedrijf-regio’s werken 383 vmbo-vestigingen1 en 39 mbo-instellingen samen. Het subsidiekader biedt ruimte voor nog twee nieuwe netwerken.

  • 1. De scholen uit het M-Tech-programma, dat zich specifiek richtte op bètatechniek op vmbo-tl, zijn sinds 2018/19 opgenomen in de netwerken van Toptechniek in bedrijf.

Actieplan 'Meer meisjes in mbo techniek'

In 2016 hebben zes mbo-scholen het initiatief genomen om de diversiteit in mbo techniek- en ICT-opleidingen te bevorderen. In 2019 staat er een netwerk van 20 mbo-scholen, waar kennis en inzichten ontwikkeld en gedeeld worden. Iedere school maakt een eigen plan van aanpak en gaat daarmee aan de slag. Het plan van aanpak is de praktische vertaling van het diversiteitsadvies dat VHTO voor iedere school opstelt op basis van een zogeheten genderscan (nulmeting). Onderwijsteams krijgen support van VHTO in de vorm van gendertrainingen en lesmodules. De studentes krijgen support in de vorm van mentoring circles en netwerkbijeenkomsten. De kansengelijkheid in techniek en ICT kan met name vergroot worden door in de werving en het onderwijs in te spelen op de specifieke verschillen tussen jongens en meisjes ten aanzien van techniek en ICT. De ondersteuning van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is gecontinueerd tot 2020. Daarmee kunnen mbo-scholen nog een jaar extra gebruik maken van de support van VHTO.

Leerbedrijven en stages

In het Techniekpact is opgenomen dat het bedrijfsleven iedere bètatechnische mbo-student een stage of leerbaan wil kunnen bieden. Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (s-bb) stelt ieder jaar per opleiding de kansen vast die mbo-studenten hebben op het vinden van een stage of leerbaan in de arbeidsmarktregio waar zij wonen.

Het totaal aantal leerbedrijven in de bètatechnische mbo-domeinen1 in januari 2020 is 90.889. Dit is ongeveer gelijk aan de 90.925 leerbedrijven in 2019. Van de 90.889 leerbedrijven heeft 61% in de afgelopen twee jaar minimaal één mbo-student gehad voor een stageplaats of leerbaan. In totaal werden er in schooljaar 2018/2019 115.635 stages en leerbanen gestart, verdeeld over de acht bètatechnische mbo-domeinen.2 Dit is een afname ten opzichte van schooljaar 2017/2018 met 118.393 gestarte stages en leerbanen.

Er zijn volop kansen voor een stageplaats of leerbaan in de techniek. Voorbeelden zijn service- en onderhoudsmonteur, operator, elektricien, loodgieter, autoschadehersteller, timmerman, metselaar en schilder. De kans op stage en leerbaan is per opleiding en arbeidsmarktregio te vinden op www.s-bb.nl/kans

  • 1. Het gaat om de domeinen “Afbouw, hout en onderhoud”, “Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek”, “Bouw en infra”, “Informatie en communicatietechnologie”, “Media en vormgeving”, “Mobiliteit en voertuigen”, “Techniek en procesindustrie”, “Transport, scheepvaart en logistiek”.
  • 2. Bron: Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (s-bb).